Analyse
Thema Veiligheid
Het thema veiligheid binnen de Staat van de Noord-Hollandse Jeugd is opgebouwd uit drie indicatoren: jeugdige verdachten, jeugdreclassering en HALT afdoening.
Op dit moment zijn alleen de gegevens voor de indicator jeugdreclassering op gemeentelijk niveau beschikbaar. Voor de indicator jeugdige verdachten zijn alleen de provinciale gegevens beschikbaar. De cijfers voor de HALT afdoeningen zijn alleen beschikbaar op het niveau van de politieregio’s. Hier ontbreekt vooralsnog ook een provinciaal cijfer. Met de politieregio’s en Bureau HALT zijn afspraken mogelijk om de gegevens per gemeente te realiseren.
In onderstaande tabel zijn de definties opgenomen.
Tabel: Uitwerking indicatoren thema veiligheid
|
Indicator |
Definitie |
Bron |
|
Jeugdige verdachten |
Percentage jeugdigen (12-25 jr) dat in aanraking is gekomen met de politie |
Politie |
|
Jeugdreclassering |
Aantal jeugdigen met een maatregel jeugdreclassering per 10.000 jeugdigen (0-18 jr) |
BJZ Noord-Holland en SRA |
|
HALT afdoening |
Aantal HALT verwijzingen per 10.000 jeugdigen (12-18 jr) |
Bureau HALT |
In onderstaande tabel is de uitkomst opgenomen van de vijf gemeenten met de hoogste en de laagste scores op de indicator jeugdreclassering.
Tabel: Aantal jeugdigen met jeugdreclassering per 1.000 jeugdigen, vijf hoogste en laagste scores (2008)
|
Hoogste score |
Laagste score |
||
|
Niedorp |
0,3 |
Weesp |
5 |
|
Heiloo |
0,6 |
Den Helder |
4 |
|
Uitgeest |
0,7 |
Hilversum |
3 |
|
Texel |
0,7 |
Huizen |
3 |
|
Andijk |
0,7 |
Beverwijk |
3 |
Uit bovenstaande figuur is af te lezen dat het verschil tussen de hoogste en de laagste scores groot is, voor Niedorp en Weesp een factor 15. Helaas ontbreken de cijfers van de gemeenten uit de Stadsregio Amsterdam, maar ook wanneer de overige Noord-Hollandse regio’s met elkaar worden vergeleken, dan zijn er opvallende verschillen in de uitkomsten.
Opvallend beeld in Gooi- en Vechtstreek
In de eerste plaats valt de uitkomst van de regio Gooi- en Vechtstreek op. In nagenoeg alle andere grafieken die betrekking hebben op de jeugdzorg heeft deze regio de ‘laagste score’. Er melden zich relatief minder cliënten bij bureau jeugdzorg, er zijn relatief minder jeugdigen in zorg en er zijn relatief minder meldingen en onderzoeken bij het AMK. Bij de jeugdreclassering is er sprake van een omgekeerd beeld. De instroom in de jeugdreclassering wordt in belangrijke mate bepaald door het optreden van de politie, OM en de rechtbank. Vraag is of (één van) deze partijen in deze regio een andere werkwijze heeft dan in de andere regio’s. Bijvoorbeeld een ‘zero tolerance’ beleid en/of meer inzet op handhaving
Verschillen jeugdreclassering tussen regio's
In de tweede plaats geldt voor de jeugdreclassering dezelfde analyse als die bij de jeugdigen in zorg en jeugdbescherming is gemaakt. De standgegevens, het aantal jeugdigen (per 10.000 jeugdigen tot en met 17 jaar) in jeugdreclassering ligt redelijk ver uit elkaar voor bepaalde regio’s (soms een factor 2 verschil). Dit is niet terug te zien in de verschillen in instroom (sterke fluctuaties in de tijd per regio en kleine regionale verschil) tussen de regio’s. Daarom moet een verklaring gezocht worden in het niveau van instroom in het verleden danwel een verschil in de duur van de trajecten.