Beleid

Thema Zorg en Opvoeden

Ambitie voor de jeugdzorg

De Wet op de jeugdzorg geeft de provincie de verantwoordelijkheid voor de beleidslijnen, planning en financiering van de jeugdzorg in Noord-Holland, exclusief de Stadsregio Amsterdam. Dit wil zeggen dat de provincie de omvang en aard bepaalt van de hulpverlening voor kinderen en jongeren met ernstige gedragsproblemen. Ook is de provincie subsidiegever van Bureau Jeugdzorg. Dit Bureau is toegangspoort (indicatiesteller) voor de jeugdzorg, uitvoerder van de justitiële jeugdbescherming en van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Aanpakken van de wachtlijsten in de zorg is een centraal punt in het provinciale jeugdzorgbeleid. Wij streven daarbij naar meer hulpverleningscapaciteit, maar ook naar verbetering van de doelmatigheid van de jeugdzorg. Met gemeenten, verantwoordelijk voor het lokale jeugdbeleid, maakt de provincie afspraken om zo veel mogelijk te voorkomen dat de problemen van jeugdigen verergeren waardoor zij aangewezen raken op geïndiceerde jeugdzorg. In het Beleidskader Jeugdzorg 2009 t/m 2012 is de visie op jeugdzorg van de provincie Noord- Holland beschreven. Deze visie, die de rode draad vormt voor de beleidsinzet, hecht veel belang aan het centraal zetten van het kind en zijn omgeving in de jeugdzorg. Met het oog op de invoering (per 1 januari 2010) van het nieuwe landelijke financieringssysteem (Kaiser) in de jeugdzorg, heeft Gedeputeerde Staten in mei 2009 de sturingsvisie ‘Visie op en sturing van de jeugdzorg’ vastgesteld.

Nieuwe ontwikkelingen

Het kabinet wil de provinciale jeugdzorg, samen met de jeugd-GGZ en -licht verstandelijke gehandicaptenzorg en de gesloten jeugdzorg overdragen aan de (samenwerkende) gemeenten. Zodra er later dit jaar (2011) een landelijk plan is vastgesteld voor die overgang maken gemeenten en provincie een plan van de uitvoering in Noord-Holland. De overgang naar de gemeenten moet naar nu bekend is in 2016 zijn afgerond.

Netwerksamenwerking voor een cliënttraject op maat

Elke jeugdige en elke situatie is uniek. Daarom is het bieden van combinaties van zorgvormen belangrijk, omdat het zorg op maat mogelijk maakt. Voor jeugdigen en hun ouders/opvoeders is het van belang dat een zorg- en ondersteuningstraject soepel door loopt. Dat vraagt om een drempelloos en horizontaal cliëntproces dwars door de verticaal georganiseerde jeugd(zorg)instellingen heen. Om zorg op maat te bieden, wordt gewerkt met het uitgangspunt één gezin, één plan en één traject, en is samenwerking nodig tussen de organisaties in het brede netwerk op het gebied van jeugd(hulp). De nieuwe financieringsystematiek in de jeugdzorg biedt de mogelijkheid om het principe van één cliëntsysteem te hanteren. Door afspraken te maken met zorgaanbieders over het aantal te helpen cliënten en over de kwaliteit van gehele cliënttrajecten, kan gestuurd worden op resultaat van van afgesloten cliënttrajecten. Dit biedt ruimte voor instellingen om uitvoerende allianties aan te gaan met andere organisaties. Bij samenwerking tussen instellingen is er steeds 1 verantwoordelijke partij (de hoofdaannemer), die het aanspreekpunt is van de cliënt en die wordt afgerekend op het resultaat van het gehele cliënttraject. Het denken over deze allianties tussen jeugdzorgorganisaties en de financiering van cliënttrajecten zal in 2010 verder worden ontwikkeld. We nodigen jeugdzorgaanbieders uit mee te denken over een referentiekader daarvoor, zodat naast innovatie en zorg op maat, de kwaliteit van jeugdzorg gegarandeerd blijft bij het aangaan van netwerksamenwerking. De ambitie voor de jeugdzorg kadert de richting van de koers voor de beleidsinzet van de provincie Noord-Holland in de komende jaren. Deze kaders bieden ook de daarvoor noodzakelijke ruimte. Ruimte om te gaan samenwerken in het jeugdnetwerk, ruimte voor flexibiliteit en creativiteit van jeugdhulpverleners en ruimte voor zorg op maat passend bij de vraag van de cliënt (dialoogsturing). De provincie wil dat er voor kinderen en jeugdigen met een indicatie voor jeugdzorg voldoende, goede effectieve en betaalbare jeugdzorg beschikbaar is die aansluit bij de vraag van de cliënt. We streven naar een balans tussen het zorgaanbod en de geïndiceerde vraag naar zorg. Deze situatie is bereikt wanneer alle jongeren met een zorgindicatie binnen de gestelde termijn van negen weken na indicatie zorg wordt aangeboden.De ondersteuningsvraag van de jeugdigen en/of hun ouders/opvoeders vormen de basis voor de jeugdzorg. Anders gezegd, de jeugdzorg die geboden wordt sluit aan bij de vraag van de cliënt(en). Het antwoord daarop krijgt in samenspraak tussen de cliënt en de professional (dialoogsturing) vorm. De eigen kracht van de cliënt c.q. het cliëntsysteem is daarbij nadrukkelijk vertrekpunt. De support die de jeugdzorg biedt is daarbij gericht op optimaal benutten van en aansluiten op de eigen kracht van de jeugdige en zijn (gezins-)netwerk. Daarom vindt de hulp bij voorkeur plaats dicht bij de jeugdige en ouders of opvoeders met vormen van ambulante thuishulp, tenzij de veiligheid of de gezonde ontwikkeling van het kind in het geding is. Jeugdhulpverleners wegen daarbij de risico’s voor kinderen expliciet en regelmatig af. Bij het aanpakken van problemen van ouders en kinderen past geen vrijblijvendheid. Zo nodig wordt dit ondersteund met een kinderbeschermingsmaatregel. Ouders of opvoeders zijn en blijven zo primair (mede) verantwoordelijk voor het bieden van optimale ontwikkelingskansen aan hun kinderen, ook als zij tijdelijk niet de opvoeders kunnen zijn. Op het moment dat er jeugdzorg nodig is in een gezin, zullen professionele hulpverleners naast de jeugdige zelf ook de ouders en opvoeders betrekken. De hulpverleners zijn als het ware de facilitators van het netwerk van de jeugdige, om daarmee het opgroeien en opvoeden thuis te ondersteunen. Daar waar ouders of opvoeders de verantwoordelijkheden niet op zich willen, of kunnen nemen is jeugdzorg voorhanden en zoekt de jeugdzorg, met erkenning voor de onlosmakelijke band tussen ouders en kinderen, naar andere manieren. In die gevallen waarin jeugdigen (tijdelijk) niet thuis kunnen zijn worden er tijdelijk andere vormen van jeugdzorg geboden in gezinsvervangende situaties (een deel- of voltijds pleeggezin). Alleen bij onvermijdelijkheid wordt er beroep gedaan op residentiële zorg, waarbij combinaties van ambulante en semiresidentiële behandeling geboden kunnen worden.